donderdag 25 mei 2006

Hoera voor het CDA (een beetje)

Wie had dat ooit gedacht van Lubbers en Van Agt? In de tijd van het kabinet-Den Uyl waren zij de grote vijanden van ons, weldenkende linksige mensen. Maar kijk nu eens, het kan verkeren:


Ruud Lubbers pleit tegen de bouw van ouderwetse, vervuilende, kolencentrales op de Maasvlakte (NRC H., 24 mei).


En Dries van Agt staat op de bres voor mensenrechten: Kruispunt radio 24 december 2005.


Ik kom bijna in de verleiding om te zeggen: dat is het CDA dat we nu nodig hebben. Niet het benepen clubje protestanten dat onder leiding van Balkenende en Donner heel Nederland weer in de zwarte kous probeert te krijgen.


Wie had dat gedacht, dat ik ooit eens iets positiefs over CDA'ers zou zeggen...

zaterdag 20 mei 2006

Voltaire en Ayaan

Moet ik niet wat over de zaak-Hirsi Ali schrijven hier? Dat zou wel voor de hand liggen, maar ik wilde het laten bij de vaak geciteerde uitspraak, die ongeveer zo gaat:



Ik keur af wat u zegt, maar tot de dood toe zal ik vechten voor uw recht om het te mogen zeggen.


Ik ben het vaak niet eens met de manier waarop Hirsi Ali zaken aan de orde stelt - agressief confronterend, weinig begrip tonend voor andersdenkenden - maar ze heeft vaak wel een punt. Maar hoe en wat ze ook zegt, het is buiten alle proporties om een asielzoekster die al jaren in Nederland is en volwaardig bijdraagt aan de maatschappij, binnen 48 uur de wacht aan te zeggen. Maar goed, ik zou het er hier niet over hebben.


Ik dacht altijd dat het citaat hierboven van Voltaire was, maar dat is niet zo. Het is een samenvatting die in een biografie is gegeven van een van Voltaires vele standpunten.


Hij schreef in 1770 dus niet aan pastoor Le Riche: "Monsieur l'abbé, je déteste ce que vous écrivez, mais je donnerai ma vie pour que vous puissiez continuer à écrire." In een voetnoot op de Franse Wiquipédia is het verhaal te vinden, inclusief de brief zonder deze zin.


Hoe zit het dan wel? Het handzame citaat is in 1906 pas gecomponeerd door Evelyn Beatrice Hall.


Aaron Poffenberger citeert de relevante passage:



...The men who had hated [the book], and had not particularly loved Helvétius, flocked round him now. Voltaire forgave him all injuries, intentional or unintentional. `What a fuss about an omelette!' he had exclaimed when he heard of the burning. How abominably unjust to persecute a man for such an airy trifle as that! `I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it,' was his attitude now. But he soon came, as a Voltaire would come, to swearing that there was no more materialism in `On the Mind' than in Locke, and a thousand more daring things in `The Spirit of Laws.' (Boldface added here for emphasis.)

(The Friends of Voltaire, 1906)

Moet ik nog zeggen

wie Voltaire was
?

dinsdag 18 april 2006

De pers links of rechts?

Hier heb ik het al eerder over gehad: er wordt vaak geroepen dat De Media allemaal zo Links zijn.


Het ANP meldt vandaag een onderzoek waaruit blijkt dat de inhoud van de pers soms links is, en soms rechts. Om precies te zijn: de politieke berichtgeving weerspiegelt de vigerende politieke verhoudingen. We hebben nu een centrumrechts kabinet, dus gaan de berichten in de media over centrumrechtse onderwerpen.


De journalisten die deze berichten produceren, zijn zelf meestal links (Linkse journalist is geen fabeltje), maar dat heeft dus kennelijk geen invloed op wat ze schrijven. Als ze professionals zijn, hoort hun eigen oriëntatie ook geen invloed te hebben op hun output, vind ik.


Hoe testen we nu deze theorie? Als er in de toekomst een centrumlinks kabinet zit, zouden tellingen moeten uitwijzen dat de meeste politieke berichtgeving gaat over centrumlinkse onderwerpen.


Blijven tellen dus, Nederlandse Nieuwsmonitor. (Die ik op het web nergens kan vinden, maar dat terzijde.)


Overigens heeft niet iedereen fiducie in die Nieuwsmonitor:

Klokkenluider

vrijdag 3 maart 2006

Eindexamen gaat altijd voor, Rita

In je middelbare-schoolloopbaan is het eindexamen een onaantastbare mijlpaal. Daar moet alles voor wijken. Bijbaantjes worden tijdelijk opgezegd, ouders manen luidruchtige broertjes en zusjes tot stilte, lagere klassen worden naar huis gestuurd voor rust op school.



Het eindexamen en de leerling, daar mag niemand tussenkomen, en terecht. Je moet een topprestatie leveren die van belang is voor de rest van je leven. Minister Van der Hoeven van Onderwijs zou moeten ingrijpen als iemand probeert te verhinderen dat een leerling eindexamen doet. En zeker als dat gebeurt door een overheidsfunctionaris die persoonlijke gegevens over die leerling op straat gooit.



Scherp je nagels, Maria, en ga dat rigide kreng van Verdonk te lijf. Totdat ze zich overgeeft en inbindt. Zodat Taïda in Nederland kan blijven om haar school af te maken. Het is de plicht van een minister van Onderwijs om dat mogelijk te maken.



Maar ja... Maria leest deze log vast niet.



Jubileum nadert

Ha! Al bijna een jaar aan het loggen, maar niet erg frekwent. Van tijd tot tijd een commentaartje, daar blijft het de laatste tijd bij.

Ik ben benieuwd naar de nieuwe mogelijkheden die we gaan krijgen op web-log.nl, maar dat zien we t.z.t. wel.



zaterdag 4 februari 2006

Mijn 'nee' tegen de EU-grondwet

Politici en commentatoren proberen onder aanvoering van EU-voorzitter Oostenrijk het Europa-debat weer op gang te krijgen na het Nederlandse en Franse 'nee' tegen de ontwerp-grondwet. Zelfs Wolfgang Amadeus Mozart - the sound of Europe - is door Wenen ingeschakeld om de Europese harmonie te stimuleren. Vaak zeggen de opinieleiders dat Nederlandse burgers tegenstemden uit protest tegen de ongebreidelde uitbreiding van de EU. Als overtuigd nee-stemmer krijg ik daarmee een veel te globale motivatie in de schoenen geschoven die de mijne niet is. Ik ben voorlopig voor het verwelkomen van nieuwe lidstaten.


Mijn nee-stem tegen het grondwettelijk verdrag werd ingegeven door iets anders: het absurdistische, onevenwichtige en onbruikbare karakter van de verdragstekst. Ik geef drie voorbeelden.




Artikel 227
stelt, simpel gezegd, dat het inkomen van boeren te laag is en verhoogd moet worden. Ik heb werkelijk niets tegen de ondernemers in de agrarische sector - wijlen mijn opa was er zelf één - maar zo'n artikel hoort niet in een grondwet die in principe voor onbepaalde tijd geldt. Wanneer het inkomen van een bepaalde beroepsgroep structureel te laag is, en wanneer dat als onacceptabel wordt ervaren, dan verhelp je dat met een tijdelijk reparatiewetje. Is de misstand definitief weggewerkt, dan trek je dat wetje in. Als het verhogen van het boereninkomen constitutioneel is verankerd, kunnen dwarsliggende agrariërs of parlementariërs letterlijk iedere Europese richtlijn en regel aanvechten met het argument dat het inkomen van boeren door zo'n richtlijn niet hoger wordt. Of het onderwerp nu iets met landbouw en veeteelt heeft te maken of niet, het boereninkomen kan steeds als grondwettelijk toetsingscriterium worden aangeroepen. Pas als dit absurde element uit artikel 227 weg is, wil ik een voorstem overwegen.


Een tweede voorbeeld is de bepaling, weggestopt in de protocollen achterin het verdrag, dat het Europees Parlement twaalf maal per jaar moet vergaderen in Straatsburg. De andere vergaderingen, die eufemistisch 'bijkomende zittingen' worden genoemd alsof het er maar een handjevol zijn, vinden allemaal plaats in Brussel. Best handig, want dat is de hoofdstad van Europa, waar ook de rest van het politieke apparaat is gevestigd. Doordat deze bepaling, nummer 6, deel uitmaakt van het grondwettelijk verdrag, zitten we tot in lengte van jaren vast aan het maandelijkse reizende circus van de maximaal 750 europarlementariërs en hun medewerkers. Dat komt weliswaar tegemoet aan het eergevoel van de Fransen, die er verder bekaaid afkomen wat de vestiging van Europese organen betreft, maar verder heeft deze parlementaire maandstonde geen enkele zin. Ik blijf tegen de grondwet zolang deze potsierlijke bepaling erin staat.


Het derde voorbeeld illustreert mijn ontevredenheid met de manier waarop de Nederlandse belangen worden gediend door deze grondwet. Artikel 424 regelt dat de Europese Raad maatregelen kan nemen ten gunste van overzeese gebiedsdelen van een van de lidstaten. Op grond van hun eilandkarakter, de grote afstand tot het moederland, de afhankelijkheid van slechts weinig inkomstenbronnen, en meer van zulke redenen, kan Europa ze de helpende hand toesteken, bijvoorbeeld met geld uit de structuurfondsen. Met name genoemd worden onder meer Franse eilanden als Guadeloupe, de Spaanse Canarische eilanden, en de Portugese Azoren. Staan daar de Nederlandse Antillen en Aruba ook bij, die in precies dezelfde moeilijke situatie verkeren? Nee. Den Haag mag wel een procedure starten om te vragen dat de Europese Raad dezelfde ultraperifere status toekent aan onze Caribische gebiedsdelen. De Franse, Spaanse en Portugese eilanden zijn op grond van hun vermelding in het grondwettelijk verdrag altijd verzekerd van hun status als ultraperifeer gebied, terwijl de Nederlandse eilanden afhankelijk zijn van de gunst van de Raad. Een grondwet waarin zo'n ongelijke behandeling wordt gecanoniseerd, vind ik onaanvaardbaar.


Hoe goed het document van Giscard d'Estaing en zijn Europese Conventie verder ook is - meer openbare vergaderingen, een kleinere Europese Commissie, een Europese minister van Buitenlandse Zaken - er zitten zoveel anomalieën en absurditeiten in dat het afgewezen Europese Grondwetsverdrag voor mij zo dood blijft als een pier. Daar kan zelfs Mozart niets aan veranderen.


Een verkorte versie van dit verhaal verscheen op 3 februari 2006 als ingezonden brief in NRC Handelsblad

donderdag 26 januari 2006

Ethisch loggen

Kijk eens, er zijn zelfs ethische richtlijnen waar we ons als bloggers maar beter aan kunnen houden:

http://www.cyberjournalist.net/news/000215.php.